| Interviews:

Interview Klem Magazine met Frank Van Bogaert
Zondag 11/05/2003
Frank Van Bogaert is
voor de KLEM-lezers die aanwezig waren op het laatste
E-Live festival geen onbekende meer. Het publiek
en de critici waren laaiend enthousiast over zijn
concert en na zijn optreden was er letterlijk een
stormloop naar de stand van Groove, waar Frank zijn
cd’s als zoete broodjes over de toonbank vlogen.
Frank brengt muziek die geïnspireerd is op
Vangelis, maar hij weet toch zijn eigen stijl te
vinden door de toevoeging van wereldmuziekelementen
en een instrumentenscala die je niet verwacht in
de doordeweekse em - release. Zijn gevoel voor compositieopbouw
en melodie hoeft ook niet onder te doen voor de
grootmeester Vangelis. Bovendien staan zijn producties
als bvb. ‘Human’, ‘Docking’
en ‘Geographic’ (Op de Schwingungen-prijsuitreikingen
driemaal als eerste geëindigd –beste
cd, titel en artiest) steeds garant voor een uitstekende
opnamekwaliteit, want Frank zijn releases zijn opgenomen
in een ‘echte’ studio.
Ik neem het interview af op het hoofd van de pier
te Oostende op een zonnige zondagnamiddag. De locatie
is niet lukraak gekozen: het indrukwekkende panorama
op de Belgische kust en de uitnodigende horizon
kunnen garant staan voor Frank zijn muziek, of beter
is zijn muziek: rustgevend en ontzagwekkend tegelijk.
Kun je voor de KLEM
– lezers die nog niets van je gehoord hebben
even je muzikale achtergrond schetsen?
Ik ben als muzikant professioneel
actief vanaf mijn achttiende jaar. In 1980 heb ik
de Belgische new wave band 1000 ohm opgericht en
in 1981 hadden we met A.G.N.E.S. een internationale
hit. Hierdoor kwamen wij direct onder contract te
liggen bij grote platenfirma’s. Sindsdien
heb ik altijd in de studio doorgebracht: eerst als
muzikant met verschillende releases van 1000 ohm
en na enkele jaren ben ik veranderd ‘van kant
van glas’ in de studio. Omdat ik zo veel in
de studio zat heb ik snel het vak onder de knie
gekregen, ook door te pikken (‘stelen’
voor onze Noorderburen) met mijn ogen en oren van
andere ‘engineers.’ Langzamerhand begonnen
mensen mij te vragen om andere acts te ‘producen’
of te ‘engineeren’. Ik kan eigenlijk
zeggen dat ik vanaf 1987, toen de band 1000 ohm
gesplit is, ik in de studio ben blijven plakken.Mijn
studies als ingenieur waren rond die tijd ook beëindigt.
Die studies had ik eigenlijk meer op vraag van mijn
ouders gedaan. . Ik had door 1000 ohm en mijn werk
als klanktechnicus wel al een bescheiden inkomen
van de muziek maar m’n ouders zeiden: dat
is wel ‘tof’ die muziek maar je gaat
daar later niet ‘uw kost mee kunnen verdienen.’
Ik heb er verder met mijn ouders niet over gediscussieerd
maar ik dacht: met mijn liefde voor synthesizers
zou het wel eens leuk zijn om te weten hoe de elektronica
die erin zit werkt dus heb ik mijn studies gedaan
–met plezier trouwens - Toen ik het diploma
had, heb ik het aan mijn ouders gegeven en het ligt
nu nog altijd in de familiekluis (lacht).
Ik heb ook nog heel even voor Yamaha (synthesizer
afdeling) gewerkt maar dit viel niet te combineren
met het vele studiowerk dat ik toen al had . (Frank
was onder meer klanktechnicus voor Clouseau, Stef
Bos, The Scene en zeer recent verzorgde hij ook
de cd-opnamen voor de Belgische versie van het t.v.-programma
Popidool red.).In 1989 kreeg ik het aanbod om het
management van de ACE-studio, behorend tot de top
vijf van de grootste muziekstudio’s in België,
in Aartselaar bij Antwerpen over te nemen. In 1993
werd ik tevens eigenaar van deze studio.(na het
afsluiten van enkele loodzware leningen,waar we
nu gelukkig doorheen zijn ) . Naast mijn werk als
manager, producer en klanktechnicus van de studio,
componeer ik ook nog reclamejingles (ik ben tevens
mede-eigenaar van het Belgische reclame bureau “Grappa”)
en muziek voor tv-series. En dan zijn er natuurlijk
ook nog mijn soloreleases als Frank Van Bogaert.
Je muziek laat een
sterk gevoel voor compositieopbouw en klankarchitectuur
horen. De opnamekwaliteit van je cd’s is voortreffelijk.
Heb je enige klassieke en / of technische scholing
genoten of ga je louter op je intuïtie af bij
het opbouwen en opnemen van een nummer?
Ik ben maar één
jaar naar de muziekschool geweest en daarna heb
ik besloten: ik wil mij bezig houden met muziek
(lacht hartelijk). Wat scholing betreft ben ik een
D.I.Y. ( = do it yourself) – muzikant. Ik
ben volledig autodidact maar ik heb het wel ernstig
opgenomen d.w.z. ik kan perfect met allerhande muzikanten
communiceren, ik ken al de toonaarden en akkoorden
maar ik lees slechts gebrekkig bladmuziek . Ik werk
met akkoordenschema’s.
Wat het componeren van de muziek zelf betreft ;
dat is een gevoel dat je hebt, het is een melodie
die in je hoofd opbouwt en dat werk je uit. Het
is ook nooit iets doordacht. Het is als een schilderij
maken: als je eraan begint zit het al een tijdje
in je hoofd en het komt eruit, maar je kunt het
niet forceren.
Wat techniek betreft,dat is door mijn werk als ‘soundengineer’
iets wat in mijn verlengde ligt. Ik vind het vanzelfsprekend
om muziek en technische perfectie samen te koppelen.
Ik kan niet genieten van muziek die technische mankementen
heeft. Ik hoor soms dingen waar van ik denk: de
compositie is wel goed maar het is technisch slordig
afgewerkt en daardoor kan ik er niet echt van genieten
want technische onvolkomenheden ergeren mij.
Je laatste cd ‘Human’
is zowat de optelsom van de elementen die een sterk
em-album definiëren: een enorm imposante, warme
klankarchitectuur en transcendente composities die
als het ware de eerste blik vertolken van Adam in
het aartsparadijs. Is dit het gevoel waarmee je
de wereld als mens aanschouwt, of is het enkel een
kwestie van over de laatste nieuwe muziektechnologie
en technische kennis van zaken te beschikken om
dergelijke indrukwekkende kippenvelmuziek te maken?
De emotie die ik in mijn
muziek leg, kun je niet enkel met techniek bereiken.
Techniek is er wel een hulpmiddel toe. Mijn weidse
klanken kun je bv. niet met een goedkoop synthesizertje
maken, daar heb je technologisch hoogstaande synthesizers
voor nodig. Ook het gevoel voor compositie kun je
niet met techniek verbeteren. Als ik een compositie
maak is de eerste stelregel: roept dit nummer beelden
bij mij op en dat is de enige basis waarop ik een
compositie verder uitwerk, anders vliegt ze direct
de vuilnisbak in. Ik moet als ik aan een compositie
werk beelden krijgen van bvb. dat schip dat nu voorbij
vaart.Het kan evengoed een beeld zijn van een weidse
vlakte of van spelende kinderen. Als dat beeld er
niet is, dan heeft het nummer ook geen emotionele
draagkracht. Het plezierige is dat ik soms reacties
krijg van mensen die bepaalde stukken van mij te
horen krijgen en dan bvb. zeggen ‘dat doet
mij denken aan een moeder die haar kind te slapen
legt’ en dat was ook het beeld dat ik voor
ogen had toen ik het nummer componeerde. Als de
beelden tussen mij en de luisteraar overeenstemmen
is dat voor mij echt een beloning want ik ben erin
geslaagd om met mijn muziek beelden over te dragen
naar iemand. Als dat lukt -en daar zit dan ook geen
technische truc achter -, ben ik tevreden. Eigenlijk
ben ik een beetje zoals een schilder.
De elektronische
muziekgenres bestaan, simplistisch uitgedrukt, vandaag
uit zowat twee uitersten: enerzijds de trendy clubdansmuziek
en de commerciële afgeleiden hiervan in de
hitparade, en anderzijds een zeer kleine groep muzikanten
die probeert de erfenis van grootheden als bvb.
Tangerine Dream, Klaus Schûlze en Vangelis
verder te zetten. Hoe sta jij tegenover de evolutie
van de elektronische muziek in brede zin en wat
vind jij je plaats hierin?
Ik ben eigenlijk een
kind van de jaren tachtig en het doet mij plezier
om te horen dat er op de radio méér
muziek van de jaren tachtig wordt gespeeld dan van
de jaren negentig. In de jaren negentig is de moderne
elektronische muziek begonnen en dat was voor mij
ook het moment waarop ik dacht: deze muziek wordt
niet meer door muzikanten maar door d.j.’s
gemaakt.. Ik heb daar geen voeling mee, die nummers
zijn meestal ook geen composities meer. Ik wil de
moderne dansmuziek niet helemaal afbreken, maar
ik voel mij er niet in thuis. Ik kan mij niet concentreren
op een beat waar af en toe wat effectjes rond zitten.
Ik behoor zeker tot het kamp van de muzikanten die
de muziek à la Schülze en Vangelis willen
verder zetten maar dan wel zonder die klakkeloos
te gaan kopiëren. De eigen inbreng vind ik
belangrijk en dat kamp moet blijven evolueren. Ik
zeg niet dat het gemakkelijk is om er nieuwe elementen
aan toe te voegen maar ik denk wel dat het evolueert
en er langzamerhand nieuwe invloeden komen. Er zijn
natuurlijk veel ‘copy-acts’, vooral
van de Berliner Schüle, en diegenen die zich
louter beperken tot kopiëren zijn ook meestal
veel minder interessant dan het origineel.
Hoe reageer je op
een aanval die stelt dat de conventionele em –
scène in het slop is geraakt omdat veel van
de releases louter een (slechte) ‘copyact’
zijn van een groots verleden? Of anders gesteld:
de conservatieve em–scène heeft haar
eigen graf gedelfd omdat er geen vernieuwing meer
is maar omdat er louter (slechte) kopie’s
rondlopen van iconen als Tangerine Dream, Jean Michel
Jarre, Vangelis en Kraftwerk?
Vangelis kan spelen,
en als je die wilt kopiëren moet je zelf ook
kunnen spelen en dat is het probleem bij veel van
de ‘em-jongens’. Met techniek alleen
geraak je er niet. Ik denk wel dat de em zal blijven
evolueren en niet haar eigen graf aan het delven
is, maar ik zou wel graag hebben dat er minder releases
uitkomen. Nu de cdr’s zo gemakkelijk aan te
maken zijn en er zoveel muziek in eigen beheer wordt
uitgebracht, heeft niemand er nog vat op wat wordt
uitgebracht en wat niet. De platenfirma’s
kunnen niet meer zeggen: dit brengen wij niet uit
want dit vinden wij te slecht. Zelfs als het te
slecht is om uit te brengen komt het vaak nog via
een ander kanaal uit, waardoor het moeilijk is om
als em-luisteraar een keuze te maken. Als ik bv.
een recensie lees wil ik een eerlijke recensie lezen,
waardoor ik kan bepalen: zal die muziek mij aanspreken
of niet ? Alle em gaan aanprijzen, zodat er zoveel
mogelijk van wordt verkocht, is een stap in de verkeerde
richting. Als ik een em-release koop op basis van
een al te positieve recensie dan voel ik mij bedrogen
en zal ik geen tweede keer in die val trappen.
Bij je optredens
en op je website http://www.frankvanbogaert.com
valt op dat er ook veel tijd geïnvesteerd is
in de visuele ondersteuning van je muziek. Op je
laatste optreden op E-Live bracht je niet enkel
het muzikale hoogtepunt van het festival, maar ook
één van de meest smaakvolle en efficiënte
videoprojecties. Hoe belangrijk is of wordt de visuele
ondersteuning bij een em-gebeuren?
Als je een rock groep
voor je hebt waar de zanger de ziel uit zijn lijf
aan het schreeuwen is en waar twee gitaristen met
een boekentasje over het podium lopen in korte broek,
dan heeft het publiek iets om naar te kijken. Bij
een em-optreden valt er visueel veel minder te beleven
maar toch ben je als em-muzikant ook aan het zweten,
hoewel vanuit publieksstandpunt daar weinig aan
te zien is. Als je bvb. al een camera kunt voorzien
die toont wat jij aan het doen bent, dan ben je
visueel al een grote stap vooruit en dat vind ik
belangrijk. Ook een cd-hoes is zeer belangrijk:
het geeft een eerste indruk van wat je kunt gaan
verwachten. Als ik aan een project werk, dan groeit
de grafische ondersteuning mee met de muziek. Ik
heb een webmaster die de website up to date houdt
en mijn broer verzorgt de cd-hoezen. Het is allemaal
goed uitgedacht en de grafische ondersteuning groeit
mee met het muziekproject. Als je een weinig verzorgde
cd-hoes in handen krijgt, en je kent de muziek niet,
dan is het ook al minder uitnodigend om er naar
te gaan luisteren.
Hoe sterk merk je
de opkomst van het uitwisselingsgebeuren van muziek
op het internet bij de verkoop van je cd’s?
Vind je het begrijpelijk dat (jonge) mensen liever
muziek in mp3 formaat van het internet halen of
een cd kopiëren omdat ze veel te duur zijn,
of keur je de nieuwe tendensen qua muziekdistributie
volledig af?
Het downloaden is een
nieuwe jeugdcultuur geworden. Het zijn vooral de
major platenfirma’s die daar veel last van
hebben want die zitten met een omzetdaling van dertig
procent. Het wordt heel problematisch en bij de
major’s is er dan ook de ene afvloeiing na
de andere. Als studio-eigenaar word ik ermee geconfronteerd
omdat de platenfirma’s minder geld vrijmaken
voor de studio-opnames. Ik ondervind gelukkig wel
dat er in de em-scène nauwelijks wordt gekopieerd.
De em–fans vinden het blijkbaar nog steeds
belangrijk om een cd te kopen als waardering voor
de muzikant. Ik zou zelf ook nooit tevreden zijn
met een cdr-kopie of een gedownloade mp3. Ik moet
het cd-hoesje kunnen vasthouden en het kopen van
een cd geeft mij ook het gevoel dat ik de muzikant
ondersteun. De laatste Jean Michel Jarre kocht ik
bvb. tweemaal zodat ik er eentje kon weggeven als
cadeau aan mijn broer.
Anderzijds kosten cd’s wel veel geld, zeker
als ik zie dat in bvb. de Free Record Shop nieuwe
cd’s twintig euro of méér kosten.
Zelfs als een jongere van zijn ouders 25 euro krijgt
voor het weekend, dan kan hij dit nauwelijks uitgeven
aan een cd want dan is zijn geld op. De hele downloadcultuur
is zelf door de platenfirma’s in de hand gewerkt
en die evolutie is nu onomkeerbaar geworden, want
het downloaden wordt beschouwd als de normaalste
zaak ter wereld. Een jongere download een cd en
gaat die dan zo snel mogelijk voor bv. € 1.5
verkopen in z’n klas. Muziek zal altijd gemaakt
blijven worden hoor, maar hoe ze in de toekomst
zal moeten gedistribueerd worden (en dus aan de
man gebracht), dat is nu de grote vraag.
Wat zijn voor jou
de drie meest opmerkelijke elektronische muziek
– cd’s van het laatste decennia en waarom?
(Een lange betekenisvolle
stilte volgt… red). Als je mij zou vragen
naar mijn favoriete muziek van de jaren tachtig
dan zou ik er direct drie op tafel kunnen gooien.
Wat de jaren negentig betreft denk ik bvb. aan Oceanic
van Vangelis, en de eerste cd van Deep Forest. Wat
de jaren tachtig betreft denk ik meteen aan ‘Blade
Runner’. Ik zal voor muziek uit de jaren negentig
eens thuis in mijn CD-rek moeten gaan zien.
Hoe ziet de muzikale
toekomst eruit voor Frank Van Bogaert?
Ik ben nu aan de 5de
solo cd bezig waarvoor ik al vijf nummers heb klaarliggen.
Maar ik heb voor mijzelf bepaald: neem er de tijd
voor en ik verwacht de nieuwe solo cd dan ook pas
uit te brengen tegen 2004 Dat wil niet zeggen dat
ik lui ben hoor , ik ben dagelijks met muziek bezig..
Ik breng pas iets uit als ik er 100 % over tevreden
ben. Als ik mijn muziek beluister, dan gebeurt het
dat ik een nummer nog niet goed genoeg vind, waarna
ik bv. besluit om er nog eens een remix van te maken.
Als ik het dan nog niet goed genoeg vind, belandt
het nummer genadeloos de vuilnisbak in. Ik ben ervan
overtuigd dat de luisteraar ook meteen hoort wanneer
er echt aan een plaat gewerkt is.
(De nieuwe release
van Frank Van Bogaert heeft nog geen werktitel,
wat wel zeker is, is dat er volgens zijn vrouw –tevens
zijn kritisch luisterende oor - er een nummer zal
opstaan, voorlopig genaamd ‘High Tech Hippies’,
dat zeer indrukwekkend is. ‘De mensen zullen
verschieten’, voegt ze er nog aan toe.)
© Ronald Clercx
|